1
een dagboek bijhouden voor een half jaar op z'n minst.
2
vijftig bekentenissen opschrijven.
3
vijftig glimlach-waardige dingen opschrijven.
4
een maand niet vloeken.
5
een maand geen onvoldoendes halen.
6
een schooljaar afronden met een 9 op Engels.
10
flessenpost versturen.
13
een dag op alles ja zeggen.
14
een dag op alles nee zeggen.
15
een dag op alles misschien zeggen.
16
truth or dare spelen zonder te liegen en alle dares uitvoeren zonder tegenspraak.
17
een anonieme brief schrijven en ergens neerleggen.
18
een kerstkaart versturen naar vijf mensen.
19
een random persoon een postkaart sturen.
20
een weddenschap winnen.
21
mezelf een future-mail sturen.

22
leren fluiten op m'n vingers.
24
een liedje leren spelen.
25
10 films in de bioscoop bekijken.
26
5 Disney films achter elkaar bekijken.
27
101 lucky paper stars maken.
28
de favoriete boeken van 5 mensen lezen.
29
aan 10 straatmuzikanten geld geven.
30
een Wreck This Journal kopen.
31
een Wreck This Journal afmaken.
32
een fotoboek inplakken.
33
een jaar lang elke maand de Elle kopen.
34
26 films van a-z kijken.
35
26 boeken van a-z kijken.
42
het Anne Frank huis bezoeken.
44
10 stencils maken en ze verspreiden.
45
een sprookjesboek lezen.
46
het dagboek van Anne Frank lezen.
47
een jurk maken van kranten.
49
een klimmuur beklimmen en de top aanraken.
53
hardlopen in de regen.
57
meedoen aan een marathon oid.
58
een tandem huren en erop fietsen voor een dag naar overal en nergens.
59
een 8 halen op de coopertest of shuttlerun.
61
5 verschillende landen bezoeken.
62
de Eiffeltoren beklimmen.
63
de Chinese muur bewandelen.
64
de London Eye bezoeken.
65
in één dag door alle provincies van Nederland.
66
picknicken op een trampoline.
67
een maand geen junkfood.
69
een drie-gangen diner koken.
70
10 nieuwe gerechten uitproberen.
71
een gecarameliseerde appel eten.
73
mijn toekomst laten voorspellen.
76
mijn hand laten lezen.
77
voor een week overal post-its met quoten plakken.
78
overnachten in een hangmat.
82
een glas water in iemands gezicht gooien.
83
een stropdas leren strikken.
85
een plant kopen en hem levend houden. (o, god)
86
een maand zonder computer.
88
een week lang elke dag het journaal volgen.
89
overnachten in het gras.
90
naar een meeting gaan.
91
een henna-tattoo nemen.
93
naar een concert gaan.
94
2 seconden wachten tussen elk woord dat ik zeg voor een uur.
95
een film in een drive-in bioscoop zien.
99
een week lang elke dag 2 stuks fruit.
100
een 8 halen op wiskunde.
101
een 1 photo a week project doen.